Als één van de weinige mannen bij deze viering, zal u mij niet kwalijk nemen dat ik vandaag bij de viering van Monique de evangelische rol van Elisabeth opneem, de moeder van Johannes de Doper. Seffens spreekt Lode Ceyssens, hij is Johannes de Doper. En dan komt An Vrancken, vandaag Jezus. Op de keper beschouwd ben ik dus de enige vrouw in het rijtje van drie, ik ben Elisabeth, de nicht van Maria, de moeder van Jezus. Mij is een wonder geschied, ik ben op oudere leeftijd zwanger geworden. Ik ben dubbel blij omdat ik Maria terugzie, in grote vorm. Gelukkig dat zij in deze Schepping vandaag de absolute hoofdrol mag spelen, en dat ook in de beweging doet en heeft gedaan, zonder dat iemand dat ooit goed helemaal zal beseffen of dat helemaal goed zal beseft hebben. Maria, dat is Monique, moeder van Jezus, maar ook Monica, moeder van Augustinus, een half Berberse kerkvader. Met alle kenmerken van de échte Maria. Geen scheef hoofd, geen beaat gezicht, geen maagdelijk gedoe, met stevige handen aan haar lijf, en een stel uitstekende hersens in haar hoofd, maar ook gewoon een enthousiaste immer aanwezige moeder van de beweging, tot aan het kruis en daar ver voorbij.
Lieve Maria, liefste nicht, u begrijpt al beter waarom ik vandaag de rol van Elisabeth speel, dan kan ik liefste zeggen zonder dat het te hard opvalt, honi soit qui mal y pense, ik doe het maar één keer, en dan nog publiek.
Ik gebruik metaforen en vergelijkingen, omdat de waarheid over een andere persoon meedelen ons niet gegeven is. De voornaam roept een aantal persoonlijkheidskenmerken op die we niet erg duidelijk kunnen omschrijven, en historische feiten die we ons op een bepaalde manier herinneren. De persoon die we vandaag vieren laat zich nog op een andere manier kennen. Door haar constante inzet voor de goede zaak waarmee zij zich heeft geïdentificeerd, vereenzelvigd.
Ik probeer hierna maar even de zaak van Monique te omschrijven – mijn foto is een ruwe schets, en ik kan niet eens goed tekenen. Het is een lange zin: de zaak van Monique is om het mogelijk maken voor dames om, ondanks hun natuurlijk bepaalde voorbeschiktheid om kinderen op de wereld te zetten, en ondanks hun – wellicht enkel cultureel bepaalde – voorbeschiktheid om ook voor anderen te zorgen, om dat fijn en autonoom te doen, en toch een volwaardig professioneel leven te leiden. De Elisabeth in mij weet uit de ervaring van grootouders, ouders en generatiegenoten, ook die van mijn eigen echtgenote, wat voor een waardige nooit aflatende strijd daarvoor dagelijks is en wordt geleverd. Ik zie me nog hulpeloos naar een onthaalmoeder zoeken voor mijn oudste twee kinderen toen op een ochtend meer dan veertig jaar geleden de dame die had beloofd die dag de zorg voor onze kinderen waar te nemen, niet opdaagde. Want ik moest natuurlijk dringend werken…
Monique, je groeide uit de rechtenstudie in dezelfde periode als ik. Het was een vreemde transitietijd, midden tussen 1968 en 1989. Wij werden groot op een moment van twijfel in de geschiedenis, het vooruitgangsoptimisme maakte plaats voor geschriften over nulgroei en de CO2 voorspellingen van de club van Rome, en de Yom Kippur oorlog in het Midden-Oosten verzandde in een uitzichtloze oliecrisis die zou duren van 1973 tot 1985. Onze hoop op een modernisering van het geloof liep vast op een wereldreiziger van het conservatief geloof die de Berlijnse muur zou slopen, Johannes Paulus II. Hoewel hij zonder twijfel een grote verering had voor de vrouw, bracht hij niet echt de emancipatie in de Kerk en daarbuiten die we zouden hebben durven dromen.
In die tijd, 1977 was Dries Dequae voorzitter van de Boerenbond. Dat herinnerde ik me uit het hoofd. Maar wie voorzitster was van de Boerinnenbond moest ik gaan opzoeken. Dat was Juliana Lievens, in 1980 opgevolgd door Julia Baert.
Het is in die tijd dat Monique ging werken voor de beweging. Rusteloos gedreven en beheerst bekwaam. Ze was er de vrouw niet naar om zich te laten bevoogden. De Boerinnenbond mocht dan wel jonger zijn dan de Boerenbond, en maar pas -in 1975- zijn naam veranderd hebben in Katholieke Vormingswerk voor Landelijke vrouwen, ergens vaart in brengen betekende voor Monique wel degelijk de ‘ontvoogding ‘, en de onttrekking van de diensten aan het patronale gezag van de Heren van de Boerenbond: zelf een eigen boekhouding voeren, een eigen personeelsbeleid, een eigen plek. Dat liep niet altijd van een leien dakje, af en toe werd ze vanop ‘de brug’ in de Minderbroedersstraat in Leuven serieus op het matje geroepen. Zelf liep ik als jonge vennootschapsspecialist in de jaren ’80 -toen Cera nog Cera was en ABB nog ABB- wat rond in de coöperatieve omgeving van Jan Hinnekens, André Van Hulle en Frans Hofkens, Jos Daniëls, Fons Wauters, Paul Tanghe e.a. Marc Wittemansen. Ik kan mij dus voorstellen wat dat matje betekende.
Van een enthousiast mens zegt men gemakkelijk dat hij een oud-leider of leidster is. Voor alle duidelijkheid, ik ben een oud-leider, en ik heb ooit die vroegere hoedanigheid horen gebruiken als een teken van misplaatste eewige jeugd. Ik vind het een compliment. Je ziet dat Monique een oud-leidster is, van de chiro geloof ik. Aan haar stap, in de eerste meters lichtjes voorovergebogen om snelheid te nemen, zie je het al. Aan de manier waarop ze vervolgens guitig omhoogkijkt, nadat de zwerm jongeren die achter haar aanloopt antwoord verwacht op de vraag ‘wat gaan we doen, Monique?’. Ze weten dat Monique het weet, en Monique weet dat ze het weten, ze moet het alleen nog zeggen ‘zeg, mannen’, en dan moeten ze hét alleen nog doen, wat ze gezegd heeft.
Want het gaat er niet om het te zeggen, al kan ze het heel goed zeggen, het gaat er om hét te doen, en vlug een beetje, vooruit maar. Tegen luiheid kan Monique niet tegen, als die in haar buurt komt, ho maar. Ze reikt de luiaard dan een vaccin aan, neemt zij of hij dat vaccin niet met bekwame spoed aan om het zich vervolgens zelf toe te dienen, dan sta ik niet in voor de gevolgen. Maar voor de rest trekt Monique iedereen mee en is ze mild en best bescheiden, ze verdraagt gebreken en tekortkomingen omdat ze liever mensen ver-draagt dan ver-wijt. Je kan er veel van leren van Monique, bijna alles, als je maar goed luistert. Ze heeft alles wat de duurzame ondernemer kenmerkt: creativiteit, inlevingsvermogen, aandacht voor de omgeving, niet op zichzelf maar op anderen betrokken, open voor de wereld en voor de ander.
Monique ziet overal win-wins. Vanuit de terechte overtuiging dat vrouwen de hoeksteen van gezin en samenleving vormen, begreep ze al vlug dat om vrouwen écht vooruit te helpen, ze de geruststelling nodig hadden dat voor het gezin alles in orde was. Geen vrouw zou ooit gaan werken als ze niet gerust was dat voor haar kinderen goed gezorgd werd: op maat, dicht bij huis. Even belangrijk was de stap voor de dames die plaatsvervangend voor die kinderen gaan zorgen: door hen laagdrempelige jobs aan te bieden, sloegen Monique en co, zeg maar de dienstenpoot van KVLV of Ferm twee vliegen in één klap. Voor dames met kinderen die buitenhuis wilden gaan werken, creëerden Monique & co onrechtstreekse tewerkstelling, maar voor de dames die dat buitenhuis werken hielpen mogelijk maken voor andere dames, die de kinderen hielpen opvangen dus, creëerden ze rechtstreekse tewerkstelling die meestal combineerbaar was met het gezin, en soms zelfs thuis kon verricht worden.
Hetzelfde tweezijdig effect werd bereikt met thuiszorg, kraamzorg, huishoudhulp en strijkateliers. Weinigen droegen zoveel bij als Monique tot de verhoging van de werkzaamheidsgraad, onrechtstreeks en rechtstreeks. Wie er het laatste jaarverslag van Ferm op naleest komt zwaar onder de indruk van het aantal medewerkers, vrijwilligers en het aantal gezinnen die een beroep op de diensten van Ferm.
Noden zien en die niet alleen oppikken maar ook ervoor zorgen dat de maatschappij dit oppikte en mee ondersteunde zorgde al vroeg voor het politiek engagement van Monique in onze partij: gemeentelijk in Aarschot, provinciaal in Vlaams-Brabant, federaal als senator en uitvoerend als deputé gedurende 14 jaar. Monique deed het allemaal, met verve en zuinig, gepast voortvarend en omnipresent. Decennialang was ze ook trouw lid van het bestuur van CVP -later CD&V.
Monique en ik. Maria en Elisabeth dus. Een win-win van de zuiverste soort. Ik herinner mij als gisteren de dag waarop ze mij als splinternieuw minister kwam opzoeken in het kabinet van Financiën. Ze vond het eerst maar een vreemd verhaal, een ‘van buiten’ geïmporteerde professor. Ik voelde dat ik een kwartier had, en deed wat ik kon. En toen gebeurde het wonder. Op het einde van het gesprek had ze voor mij een heel campagneteam voor Aarschot en verre omstreken voor de verkiezingen van 2014 vastgelegd. Win-win zei ik, zij werd mijn lijstduwer federaal, ik haar lijstduwer provinciaal. Ook toen ze zelf de provinciale lijst niet meer trok, kwam ze naar mij en vroeg ze mij voor de laatste keer provinciaal te duwen in oktober 2024. Ik zou het voor niemand anders hebben gedaan.
Wij hebben samen veel campagne gevoerd. Gaan, en blijven gaan: geen landbouwbedrijf, geen markt, geen vrouwenvereniging werd onverlet gelaten, Monique was er altijd, zelfs als dat voor haar persoonlijk leven of voor haar gezondheid ten koste ging van veel offers. Nooit klagen, altijd dragen, altijd voortdoen. Altijd goed gezind, nooit humeurig. Ze maakte zelfs een pop up café in Aarschot. Zelden gezien.
Monique bracht mij de liefde bij voor de provincie als beleidsniveau, en voorzover nog nodig, voor ‘haar’ Vlaams-Brabant. Het was een vergissing de persoonsgebonden bevoegdheden over te hevelen van provincie naar gewest, het is een vergissing om op termijn de provincie te willen vervangen door regio’s aan de ene kant en heel grote gefuseerde gemeenten aan de andere kant. De wijsheid zou zijn om, enerzijds, weliswaar hier en daar te fuseren, maar, anderzijds, een heleboel bevoegdheden naar de provincie over te brengen, zoals het beheer van de lokale brandweer- en politiezones. En toen ik van Tom Dehaene -die andere sterkhouder van onze provincie- hoorde dat het integratieproces voor de brandweerzones in onze provincie embryonaal aan de gang is, juichte ik van enthousiasme.
Dankzij Monique gingen mijn vrouw en ik dus op een weekendvakantie in een B&B in eigen buurt, we kochten en kregen streekproducten aan de lopende band, en dankzij Monique keek ik veel naar, en reed ik soms ook wel op een kar getrokken door Brabantse trekpaarden, van de jaarmarkt in Leuven tot in Galmaarden.
Het spannendste wat Monique en ik deden, was een heuse rock&roll in Tremelo op een feest van de burgemeester. Dat kennelijk voor de meesten onverwachte dansje ging wild op facebook en op instagram. Even leuk was onze tandemrit in Neerijse met het oog op de verkiezingsfolder voor de provincieraadsverkiezingen. Het resultaat van onze tandem was even leuk. CD&V kon zich handhaven in provincieraad en deputatie. Als ik wat minder zin had om hard te duwen, stak zij een tandje bij. En hervatte ik de moed.
Bedankt Monique, voor de grote steun en voor de warme vriendschap. Gij waart en zijt een zegen voor KVLV en Ferm, voor de provincie Vlaams-Brabant en voor de christendemocratie in Vlaanderen. En ook een heel grote zegen voor Guy en je fijne familie. Doe zo voort.