Diverse bepalingen burgerlijk recht

B.S. 2 juli 2018 Burgerlijk recht: diversen

Geen onaangename verrassingen voor Belgen in het buitenland  

De ministerraad zette het licht op groen voor enkele belangrijke wijzingen aan de nationaliteitswet. Zo zal wie Belg wil worden het volledige inburgeringstraject met succes moeten doorlopen hebben. Belgen in het buitenland zullen dan weer vanaf hun achttiende definitief Belg kunnen blijven, wat onaangename verrassingen op latere leeftijd uitsluit.  

Wie Belg wil worden zal voortaan overal op dezelfde wijze worden behandeld. Een eerste stap is het voorleggen van een officiële geboorteakte van het land van oorsprong. Enkel voor landen waar het onmogelijk of moeilijk is om een geboorteakte te verkrijgen, zal een gelijkwaardig document worden aanvaard. Die landen zijn bepaald per KB. Vandaag kan worden vastgesteld dat er heel wat consulaire attesten worden afgeleverd met een relatieve inhoudelijke waarde, dikwijls afgegeven zonder voorafgaande controle van de feiten en louter gebaseerd op verklaringen van de betrokken persoon.  

De persoon die een nationaliteitsverklaring wil afleggen  kan dit op basis van het bewijs van maatschappelijke integratie waaronder het volgen van een inburgeringscursus bij de gemeenschap waar hij of zij woont. In de praktijk vandaag worden allerhande attesten uitgereikt die verschillen in eindtermen zowel met betrekking tot het behaalde taalniveau als de aspecten van maatschappelijke integratie en oordeelt iedere ambtenaar van de burgerlijke stand welke attesten hij precies aanvaardt. In de toekomst zal het bewijs geleverd moeten worden aan de hand van een attest uitgereikt door de daartoe bevoegde overheid na het met succes te hebben gevolgd van het inburgeringstraject, onthaaltraject of integratieparcours.  

De persoon die op die grond Belg wil worden zal ook het bewijs moeten leveren van de kennis van één van de drie landstalen en dit ook op basis van een attest afgeleverd door de bevoegde overheid. Pas daarna, kan de aanvraag om Belg te worden, worden opgestart. 

Belgen in buitenland  

Jaarlijks emigreren steeds meer Belgen naar het buitenland. Tussen 2010 en 2015 waren dat er gemiddeld net geen 35.000 per jaar. Eind december 2016 waren er maar liefst 442.189 Belgen geregistreerd in het buitenland. Dit wetsontwerp biedt die Belgen in het buitenland én hun toekomstige kinderen de zekerheid dat ze de Belgische nationaliteit voor het leven kunnen behouden indien ze minstens impliciet de wil daartoe hebben geuit.  

Personen geboren in het buitenland met minstens één Belgische ouder moeten vandaag nog voor hun 28e verjaardag een verklaring afleggen om hun Belgische nationaliteit te behouden.       

Dat gebeurt zo’n 1.400 keer per jaar. Maar vaak komen mensen toch nog voor verrassingen te staan als plots blijkt dat ze hun Belgische nationaliteit kwijtspeelden omdat ze die verklaring niet hebben afgelegd.  

Dit wetsontwerp biedt meer zekerheid. Wanneer iemand tussen zijn achttiende en achtentwintigste een Belgisch paspoort heeft aangevraagd én verkregen, dan behoudt die persoon de Belgische nationaliteit voor het leven. Een extra verklaring afleggen voor hun 28e zal dus niet langer nodig zijn.  

De nieuwe wet zal ook zorgen dat ons nationaliteitsrecht in overeenstemming wordt gebracht met Europese en internationale verplichtingen.  

Voornaams- en naamsveranderingen: sneller en eenvoudiger  

Het aantal mensen dat z’n voornaam wijzigt is op 20 jaar tijd verdrievoudigd. Daarom maakt minister Geens de procedure om voornamen en namen te wijzigen eenvoudiger en sneller. Voor een voornaamswijziging zullen de burgers terechtkunnen bij het gemeenteloket. Voor een naamswijziging moet het verzoek nog steeds bij de FOD Justitie worden ingediend en wordt een KB getroffen. Maar ook die procedure wordt versneld.  

Wie vandaag zijn of haar voornaam wil wijzigen kan daarvoor terecht bij de FOD Justitie. Die procedure kost in beginsel 490 euro en kan zo’n half jaar duren. Maar dit wetsontwerp verandert de procedure grondig. Mensen zullen hun aanvraag kunnen doen bij een ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente. Is de aanvraag voldoende gedocumenteerd, dan duurt de procedure hooguit een paar dagen. Is er bijkomend onderzoek nodig, dan duurt de procedure maximaal drie maanden. Het zijn de gemeenten die het tarief zullen bepalen. Mensen die verklaren de innerlijke overtuiging te hebben dat het geslacht geregistreerd in de geboorteakte niet strookt met de innerlijk beleefde genderidentiteit zullen slechts tien procent van de normale prijs moeten betalen.  

Wie zijn of haar naam wenst te wijzigen moet daarvoor ook zijn verzoek richten tot de FOD Justitie. De procedure wordt sneller en het tarief wordt aangepast. Zo zal het recht op verzet tegen een naamswijziging worden opgeheven en zullen mensen steeds 140 euro betalen. Nu is dat nog 49 euro, tenzij je een woord wil toevoegen of bijvoorbeeld een hoofdletter in een kleine letter wil veranderen. Dan betaal je vandaag nog 740 euro.  

Bemiddeling: beter praten dan procederen  

Minder conflicten voor de rechter en meer oplossingen dankzij bemiddelingen. Dat is het doel van het wetsontwerp dat vandaag werd goedgekeurd door de ministerraad op voorstel van minister Geens.  

Momenteel is het aantal bemiddelingen beperkt tot een 5000-tal per jaar. Dat terwijl er jaarlijks meer dan een miljoen vonnissen en arresten worden geveld.  Gemiddeld duurt het 83 dagen om een geschil door bemiddeling op te lossen. Dat is een pak korter dan een procedure voor de rechtbank en ook goedkoper.              

Om bemiddeling te stimuleren komen er enkele maatregelen om ervoor te zorgen dat scheidende ouders, ruziënde buren en allerlei handelsconflicten zo veel als mogelijk buiten de rechtbank worden opgelost in onderling overleg.  

  • Bemiddelaars zullen voortaan een erkenning moeten hebben, en daar zal een bekwaamheidsexamen en bekwaamheidsproef aan voorafgaan.
  • Gerechtsdeurwaarders en advocaten krijgen de opdracht mensen te wijzen op de mogelijkheden van bemiddeling.
  • Rechters zullen ruziënde partijen kunnen verplichten eerst een bemiddeling te proberen.
  •    

Minderjarigen krijgen makkelijker inzage in adoptiedossier  

Iedereen moet de kans krijgen om zijn of haar afkomst te kennen. Dit kan belangrijk zijn om bepaalde zaken te kunnen plaatsen en een antwoord te krijgen op vragen die de geadopteerde persoon heeft over zijn of haar verleden.  

Daarom zullen minderjarigen vanaf twaalf jaar binnenkort op federaal niveau hun adoptiedossier kunnen inkijken indien het verzoek werd ondertekend door zijn/haar vertegenwoordiger(s).

Door die ondertekening voorkomt men dat de vertegenwoordigers geen kennis zouden hebben van de vraag van de geadopteerde om zijn/haar dossier in te kijken.  

Wanneer de vertegenwoordigers echter weigeren te tekenen, zal de aanvraag van de minderjarige onderzocht worden door de Federale Centrale Autoriteit die beslist over de toegang rekening houdende met de maturiteit van de verzoeker. Verder krijgen ook afstammelingen toegang tot een adoptiedossier wanneer de geadopteerde overleden is.    

Lancering Pandregister: meer concurrentiekracht voor Belgische ondernemingen  

Het wetsontwerp voorziet ook enkele reparaties aan de pandwet. Belangrijk is de lancering van het centraal pandregister op 1 januari 2018. Dat register zorgt voor meer concurrentiekracht voor onze Belgische ondernemingen.  

Wanneer een ondernemer bijvoorbeeld enkele vrachtwagens in pand moet geven om een lening aan te gaan, zal hij hier dankzij de nieuwe pandwet steeds nog gebruik van kunnen maken. Hij moet de vrachtwagens dus niet afgeven. Momenteel worden de goederen nog afgegeven aan de pandhouder-schuldeiser.  

Dat de ondernemer zijn goederen kan blijven gebruiken komt door de creatie van een digitaal centraal pandregister. Daar worden alle in pand gegeven goederen geïnventariseerd. Schuldeiser en schuldenaar zullen te allen tijde toegang hebben tot dat digitaal register. De FOD Financiën zal het pandregister beheren.  

Ondernemingen zullen op deze manier sneller leningen of kredieten krijgen wanneer ze een zekerheid kunnen voorleggen dat ze die ook terug zullen betalen. Een stevige opsteker voor de concurrentiekracht van de Belgische ondernemingen.